De familie Gibson – een reis rond de wereld

De zoektocht naar Mary Ann Gibson

Op 12 juni 1831 traden mijn 4x overgrootouders James Henderson en “Mary Ann Francis” in het huwelijksbootje in de kerk van St Martin in the Fields aan Trafalgar Square te London. De aanwezigheid van 3 kinderen genaamd Francis (Mary, Edward en Ellen) in de census van 1841, deden mij echter vermoeden dat Mary Ann eerder gehuwd was geweest, en zoals in Engeland gebruikelijk is de naam Francis van haar echtgenoot had overgenomen.

Dankzij de doopregistratie van de drie Francis kinderen, kwamen we te weten dat hun vader inderdaad Edward Francis was. Een zoektocht naar een huwelijk in London tussen een Edward Francis en een Mary Ann gaf meerdere mogelijke resultaten. Gelukkig boden de geboorteregistraties van James’ Henderson’s dochters Lucy Laura en Cecilia Margaret de oplossing: daarop staat vermeld dat hun moeder “Mary Ann Henderson, late Francis, formerly Gibson” was. Dit betekent dat Mary Ann geboren was als Mary Ann Gibson voor ze eerst een man met de naam Francis huwde, en later een Henderson.

geboorte Lucy Laura Henderson

Edward Francis en Mary Ann Gibson dus. Hun huwelijk was redelijk snel terug te vinden: op 19 december 1819 traden ze in het huwelijksbootje in de kerk van St Mary in Lambeth, London. Getuigen waren William Davies en Elizabeth Gibson. Zou Elizabeth de moeder van Mary Ann zijn? Of misschien een zus? Volgens de beschikbare documenten, zou Mary Ann geboren zijn omstreeks 1804. Is ze dan op 15-jarige leeftijd gehuwd met Edward? En waarom wordt hun eerste kind pas geboren in 1824, na vijf jaar huwelijk? De zoektocht blijft duren…

We bevestigen voorlopig de volgende chronologie:

  • ca.1804: geboren te St James Westminster
  • 19 december 1819: huwelijk met Edward Francis te St Mary Lambeth
  • 6 maart 1824: geboorte dochter Mary Ann Francis te St Mary Marylebone
  • 5 november 1826: geboorte dochter Eleanor Eliza “Ellen” Francis te All Souls Marylebone [Langham]
  • 10 oktober 1828: geboorte zoon Edward Thomas Francis te All Souls Marylebone [Langham]
  • februari 1830: overlijden van haar man Edward Francis
  • 12 juni 1831: huwelijk met James Henderson te St Martin in the Fields
  • 11 december 1831: geboorte dochter Emily Frances Henderson te St James Westminster
  • 5 april 1834: geboorte dochter Charlotte Ann Henderson te St James Westminster
  • 28 maart 1836: geboorte dochter Frances Henderson te St James Westminster
  • 7 oktober 1839: geboorte dochter Cecilia Margaret Henderson te St Anne Soho Westminster [jong gestorven]
  • 23 februari 1841: geboorte dochter Cecilia Margaret Henderson te St Anne Soho Westminster
  • 17 februari 1843: geboorte dochter Lucy Laura Henderson te St Anne Soho Westminster
  • 31 augustus 1880: Mary Ann sterft ten gevolge van een beroerte in het huis van haar dochter Lucy Laura

Family ties

We weten nu wel dat Mary Ann Gibson eerder gehuwd was, maar we weten nog niets over haar eigen afkomst. Geen van beide huwelijksaktes verraadt op het eerste zicht iets over haar ouders, buiten de naam Elizabeth Gibson. Tot we iets dieper gaan graven…

Wanneer we de nabije familie van James Henderson bekijken, zijn er duidelijke verbanden met de Gibson familie. James had vier broers: John, Thomas, George en William. De getuigen op zijn huwelijk met Mary Ann Gibson, waren John Henderson en Margaret Donaldson. John is hoogstwaarschijnlijk zijn broer, en Margaret Donaldson zou in 1834 huwen met zijn andere broer Thomas. Margaret Anne Donaldson, zoals ze voluit heet, was de dochter van William Donaldson en… Charlotte Elizabeth Gibson. Een getuige van hun huwelijk was Stuart Gibson. Wanneer we deze Stuart Gibson nader bekijken, ontdekken we dat deze twee maal gehuwd was (hierover later meer). Getuigen bij zijn tweede huwelijk in 1837 zijn George Henderson en Charlotte Wills. George is de broer van onze James Henderson, Charlotte Wills was de dochter van een zekere Samuel Wills en Martha Gibson. Getuigen bij Stuart’s éérste huwelijk in 1818 waren deze zelfde Samuel Wills, en Elizabeth Gibson (die we eerder al zagen als getuige van het huwelijk tussen Mary Ann Gibson en Edward Francis, en die ook getuige was bij het huwelijk van Samuel Wills en Martha Gibson). Voorts zijn er nog enkele naamsverwijzingen: Stuart noemde twee van zijn dochters Charlotte Donaldson Gibson en Mary Ann Frances Gibson. Duidelijke verwijzingen naar de twee eerder genoemde dames. Rest er nog te vermelden dat William Donaldson later hertrouwde met Christian Morrison Carlisle, een zus van Mary Tweedie Carlisle, de eerste vrouw van Stuart Gibson.

Voor mij is het duidelijk: Mary Ann Gibson is een zus van Stuart Gibson, Martha Gibson, Charlotte Elizabeth Gibson en Elizabeth Gibson. Later leren we meer over Stuart, maar ik kan alvast vermelden dat zijn overlijdensakte uit Australië ons bevestigt dat zijn ouders David Gibson en Margaret Keith waren, en dat hij in Schotland geboren was.

Wacht even… Schotland? Mary Ann was toch in St James Westminster, London geboren? En Stuart is ook daar gehuwd, en had er een bloeiende zaak in ruiterskledij, op Regent Street? Wat is er aan de hand?

De Schotse oorsprong van de Gibsons

Het was niet zo moeilijk David Gibson en Margaret Keith terug te vinden. Een voordeel is zeker dat in de Schotse traditie, de vrouw niet de naam van haar man overneemt. Het is dus gemakkelijker om de kinderen van een koppel terug te vinden en zeker te zijn dat het over dezelfde personen gaat, aangezien er twee referentiepunten zijn.

David en Margaret huwden op 18 oktober 1788 in de parochie van St Cuthbert te Edinburgh. David werd beschreven als kleermaker in Gibbet Toll, een straat in Edinburgh, en Margaret als de dochter van Alexander Keith, kleermaker in Hallkirk, Caithness. Over hem lezen we later meer in een ander artikel.

Een zoektocht door de archieven geven ons twee kinderen voor dit koppel:

We weten ook dat Stuart hun zoon was, hoewel zijn geboorte/doop tot op heden nog niet gevonden is, en ook Martha Gibson is zeker hun dochter. Naast bovenstaande, waren Martha’s ouders David en Margaret ook getuigen bij haar huwelijk met Samuel Wills in 1809 te St James Westminster. Hun aanwezigheid daar kan meteen ook verklaren waarom Mary Ann omstreeks 1804 in London geboren is, terwijl haar broers en zussen (blijkelijk) uit Schotland kwamen. Omstreeks 1800 moet het gezin dus verhuisd zijn. Dat het niet ging om een bezoek, wordt aangetoond door het overlijden van Margaret vele jaren later, in 1835, in St James Westminster.

De afkomst van David is niet met 100% vast te leggen. Er is niettegenstaande een redelijke zekerheid. In de doopregisters van Edinburgh vinden we twee Davids terug in deze periode. De vader van de ene was een bakker, die van de andere een wever. Aangezien David zelf een kleermaker was, lijkt het me veel waarschijnlijker dat de wever Andrew Gibson mogelijks zijn vader was. Via Andrew, kunnen we deze weversfamilie in South Leith, een gehucht van Edinburgh, traceren tot een zekere William Gibson, die omstreeks 1700 met zijn vrouw Christian Robertson vanuit Old Machar in Aberdeenshire naar South Leith kwam. De schaarsheid van Schotse archieven, laten ons jammer genoeg niet toe veel meer informatie over deze familie terug te vinden.

Stuart Gibson

Het leven van Stuart Gibson was er geen van veel geluk. Reeds in 1819, amper een jaar na zijn huwelijk met Mary Tweedie Carlyle, gaf Stuart te kennen dat hij graag zou emigreren. In verschillende brieven gedateerd 1819 [momenteel gearchiveerd onder nummer CO48/41 in de National Archives in Kew], schrijft Thomas Bainbridge, een 39-jarige kleermaker uit London, dat een groep mensen onder zijn leiding interesse heeft om te emigreren naar Kaap de Goede Hoop in Zuid-Afrika. Onder hen vinden we ook Stuart Gibson, 22 jaar oud en zijn 19-jarige vrouw, beiden wonende in St Anne Soho, London.

Hoewel Thomas Bainbridge uiteindelijk wel emigreert, blijven Stuart en zijn vrouw achter in London, waar ze 4 kinderen krijgen. Eén van hen is William Gibson, die hieronder aan de beurt komt. Ergens tussen 1830 en 1836 echter slaat het noodlot toe: Stuart’s vrouw overlijdt. Het is niet zeker wanneer precies, maar op 27 maart 1837 hertrouwt hij met de dan 16-jarige (!) Mary Ann Mayfield. Nabestaanden van zijn dochter Charlotte, vertelden het verhaal dat Mary Ann Mayfield een naaister was in zijn atelier. Stuart had een winkel in ruiterskledij op Regent Street, en verkeerde dus ongetwijfeld in betere kringen. Zijn huwelijk met een jong meisje van lage afkomst, zal veel opschudding veroorzaakt hebben…

aankomst van de Vesta in Adelaide
South Australian Register, November 27th 1854, p2

Met Stuart krijgt ze 5 kinderen, waaronder Alfred Gibson die hieronder beschreven wordt. Ze moet niet lang na de geboorte van Alfred, hun jongste zoon, overleden zijn, aangezien Stuart in de census van 1851 als weduwnaar beschreven staat. Het is niet zeker waarom, maar na de dood van zijn tweede vrouw besloot Stuart toch te emigreren met zijn thuiswonende kinderen. Op 25 november 1854 komt hij aan in Adelaïde, Australië, met zijn kinderen James, Eleanor Eliza, Stuart Jr en Alfred.

Zijn dochter Margaret was op dat moment reeds overleden, net als zijn zoon William. Mary Ann Frances was reeds in 1848 naar Australië getrokken en daar 8 maanden later getrouwd. Is Stuart, na de shock van de dood van zijn vrouw en kort daarna zijn zoon William, zijn dochter achterna gereisd? Charlotte bleef aanvankelijk achter in London met haar man, maar ze zou zich in 1858 bij haar vader en broers en zussen voegen.

Eenmaal in Australië liep ook niet alles van een leien dakje. In een ongedateerde brief die waarschijnlijk omstreeks 1856 verstuurd werd aan zijn dochter Charlotte in Engeland, vertelt Stuart dat hij zijn zoon Stuart Jr al bijna een jaar niet meer gezien heeft, en dat hij met Alfred, een nietsnut die steeds ziek is, de Peninsular verlaten heeft en naar Port Adelaide verhuisd is. Ook zijn dochter Mary Ann Frances heeft hij een tweede keer verlaten: de eerste keer toen ze in 1848 zonder hem naar Australië vertrok, en nu ook Stuart daar is een tweede keer door in Port Adelaïde te blijven en niet mee naar Melbourne te trekken hoewel zijn dochter dat klaarblijkelijk wel wenste. Het leven lijkt hem zwaar te vallen, het liefst had hij Engeland nooit verlaten.

In 1874, wanneer Stuart al bijna 80 is, sterft ook zijn jongste zoon Alfred een gruwelijke dood (hierover later meer). Nog geen drie jaar later, op 22 januari 1877, sterft Stuart op 82-jarige leeftijd in Melbourne. Is hij uiteindelijk toch bij zijn dochter terecht gekomen? Volgens zijn overlijdensakte, woonde hij sinds 16 jaar in Victoria. Het valt ook op dat enkel zijn eerste vrouw, Mary Tweedie Carlyle, vermeld wordt.

William Gibson

De eerste van Stuart’s zoons die we van dichterbij gaan bekijken, is William.

De jonge William en de Royal Navy

William Gibson is omstreeks 1822 in Middlesex (London) geboren als eerste en enige zoon van Stuart Gibson en Mary Tweedie Carlyle. Hij verliest al op zeer jonge leeftijd zijn moeder, hetgeen zeker een sterke indruk moet nagelaten hebben. In latere documenten wordt William beschreven als een slanke jongen met een bleke huid, hazelnootbruine ogen en bruin haar.

Wanneer hij 17 jaar en 6 maanden oud is, in 1840, verlaat hij zijn thuis om zich vrijwillig aan te melden bij de Royal Navy in Sheerness. Hij start aanvankelijk als Captain’s Cook, maar reeds na enkele dagen wordt hij gepromoveerd tot Boy 1st Class. Een Boy 1st class is een jonge matroos, vaak tussen 16 en 18, die nog in opleiding is. Over het algemeen moest de kandidaat tussen de 9 en 18 maand dienst gedaan hebben op een schip, en hierbij ten minste één badge voor goed gedrag behalen. Het is niet bekend waarom William zo snel bevorderd werd.

Zicht op de dokken van Sheerness omstreeks 1835; John Bilbe [artiest]; C. Burton [graveur]

Zijn eerste ship was de HMS Wanderer, een oorlogsbrik met 16 kanonnen dat dienst deed van 1835 tot 1850. In januari 1840 voer het schip uit Plymouth richting Sierra Leone, waar het in maart van dat jaar toekwam. Onder leiding van Kapitein Joseph Denman patrouilleerde de HMS Wanderer de Afrikaanse Westkust en bevocht ze vijandige (voornamelijk Spaanse) slavenschepen. Sierra Leone was op dat moment het centrum van de slavenhandel en de Britse Navy deed er alles aan om de slavenhandel een halt toe te roepen.

In juli 1842 werd de HMS Wanderer opgeroepen om mee te vechten in de zogenaamde Opiumoorlogen in China. William was op dat moment reeds 9 maanden een regulier matroos. Het schip maakte deel uit van het squadron op de Yangtze-rivier, en zodoende was William één van de 6.600 matrozen die deelnamen aan de aanval op Zhenjiang op 21 juli van dat jaar. Voor zijn deelname aan de oorlog, zou William jaren later, op 28 februari 1856, posthuum nog een China War Medal krijgen.

De volgende vermelding van de HMS Wanderer, is in februari 1844. Op dat moment maakt het schip deel uit van een vloot die piraten bestrijdt in de wateren rond Sumatra en Borneo, een samenwerking met de Oost-Indische Compagnie. Het schip keert echter snel terug naar Engeland, waar de bemanning, waaronder William, ontheven wordt van hun diensten op 27 juni 1844.

De Franklin-expeditie

Op 19 maart 1845 meldt William Gibson zich aan op de HMS Terror. Hiermee beantwoordde hij de oproep van Sir John Franklin, die met twee schepen (HMS Erebus olv Kapitein John Franklin en HMS Terror olv Kapitein Francis Crozier) een noordpoolexpeditie wilde opzetten om een bevaarbare doorgang te vinden naar Azië via het westen.

Gibson werd ingehuurd samen met twee van zijn kameraden van de Wanderer. Hij kreeg de rang van Subordinate Steward’s Officer toebedeeld, hetgeen betekende dat hij eerder een soort butler was dan een matroos. In een herdenkingsartikel voor zijn zus, vele jaren later in de krant gezet door haar kleindochter, wordt William zelfs beschreven als muzikant. Hierbij moet gezegd worden dat men er zich bewust van was dat deze expedities niet zonder gevaar waren. Het was een gewoonte bij noordpoolexpedities om al het personeel aan boord – zelfs de niet-matrozen – te kiezen uit ervaren zeemannen.

Illustrated London News, issue 160 van 24 mei 1845, “Departure Of HMS ‘Erebus’ and ‘Terror.’

De expeditie zette zeil op de ochtend van 19 mei 1845 vanuit Greenhithe, met een bemanning van 24 officiers en 110 zeelui. Na een tussenstop op de Orkney Eilanden kwam het schip na 30 dagen varen aan in Groenland. Wat er verder gebeurde, is nog steeds niet helemaal duidelijk. Dankzij enkele schaarse vondsten in het ijs en mondelinge getuigenverslagen van plaatselijke Inuit, kunnen we de reis van de Terror en Erebus ietwat volgen. In de winter van 1845-1846 overwinterde de bemanning op Beechey Island. Nadat de schepen in de zomer van 1846 langs Peel Sound voeren, kwamen ze rond september in het ijs vast te zitten ter hoogte van King William Island. Er zat niets anders op te wachten tot het ijs minstens gedeeltelijk zou smelten, maar dat gebeurde niet. Op een briefje getekend door commandant Fitzjames en kapitein Crozier, lezen we dat Sir John Franklin overleed in juni 1847. De bemanning had op dat moment de schepen verlaten en overwinterden op King William Island, dit twee winters lang tot 1848. Negen officieren en 15 mannen hadden reeds het loodje gelegd, en op 26 april 1848 werd besloten dat de overblijvenden te voet de Canadese Back River zouden proberen bereiken. De meesten zouden nog op het eiland de dood vinden.

Onder druk van Franklin’s weduwe, werden verscheidene hulpacties opgezet, zowel over zee als over land, maar het mocht niet baten. De schepen en hun bemanning werden nooit teruggevonden. In 1854 zou de expeditie onder leiding van John Rae de eerste overblijfselen en verhalen van Inuit over kannibalisme meebrengen. De laatste keer de Inuit levenden zuidwaarts hebben zien trekken, was in 1851. Het zou nog duren tot 2014 vooraleer de Erebus gevonden werd, de Terror kwam pas figuurlijk boven water in 2016.

Na de expeditie

Een notitie op de conscriptielijsten van 1845 zegt heel droog:

By A.O.[Admiralty Order] 18 January 1854 No 263 inclosing Notice from the Gazette, it is directed that if they are not heard of previous to 31 March 1854, the officers & crew of HMS Terror are to be removed from the Navy List & are to be consideredas having died in the Service –Their wages are to be paid to their Relatives to that Date –By A.O. 1 April 1854 No. 1638 all Books & Papers are to be dispensed with

Op 1 april 1854 wordt de gehele bemanning van de Terror (en Erebus) dood verklaard, en moeten alle achterstallige lonen en betalingen aan de nabestaanden worden uitbetaald.

Stuart laat er geen gras over groeien: op 11 april ontving en klasseerde de secretaris de claim om het geld te ontvangen, en werd de bureaucratische mallemolen in gang gezet. Op 3 juni 1854 werd een afspraak gemaakt met “twee nabestaanden” (zijn vader Stuart en zijn zus Charlotte, weten we nu) en geen drie weken later werd het achterstallig loon van minder dan £200 aan hen uitbetaald.

William Gibson - China War Medal (1842)
De China War Medal van 1842, posthuum toegekend aan William Gibson, HMS Wanderer

Op 28 februari 1856 werd een China War Medal bezorgd, en op 24 juni 1857 werd de Arctic Medal “Delivd. to Charlotte D. James on behalf of the Father who is in Australia“. Zoals we zagen vertrok Stuart op 22 juli 1854 naar Australië, amper een maand na de uitbetaling van een redelijke som geld. Was er niet genoeg om zijn dochter en haar gezin mee te nemen? Wilden deze niet emigreren? Of bleef Charlotte met opzet achter om de twee medailles te kunnen claimen?

Alfred Gibson

Alfred Gibson, een andere zoon van Stuart, kwamen we eerder reeds tegen. In zijn brief aan Charlotte, vertelt Stuart ons dat hij Alf, zoals hij genoemd werd, meenam naar Port Adelaide, en dat hij niet sterk genoeg was om werk te vinden.

Alfred werd geboren op 12 juni 1851 in het British Lying-in Hospital te Holborn, London. Een Lying-in Hospital, was de Britse versie van onze kraamklinieken. Zijn moeder, Mary Ann, was daar opgenomen op 6 juni en beviel er een kleine week later van een gezonde zoon, zonder complicaties bij de bevalling.

Enige tijd nadat hij met zijn vader naar Australië emigreerde in 1854, vond hij toch werk als schapenhoeder of -scheerder bij Edward Meade Bagot, aan de Murray rivier zo’n 300 kilometer ten oosten van Port Adelaide. De graslanden bestaan vandaag nog steeds als natuurreservaat, Ned’s Corner Station.

Ernest Giles

Dit weten we door een fragment uit het boek Australia Twice Traversed van Ernest Giles. William Ernest Powell Giles was een Australische ontdekkingsreiziger, die 5 grote expedities leidde in Centraal Australië. Geboren in Bristol in juli 1835, emigreerde hij met zijn ouders naar Adelaide in 1850. Reeds snel verliet hij het ouderlijke nest om aan het werk te gaan als achtereenvolgens goudzoeker, postbediende in Melbourne, en klerk in de rechtbank. In 1872 begon hij voor het eerste aan een georganiseerde expeditie naar onbekende gebieden te westen van Chambers Pillar. Een jaar later ondernam hij zijn tweede expeditie, om als eerste de Westelijke Woestijn te doorkruisen. Het is hier dat we Alfred tegenkomen.

In zijn boek lezen we de volgende woorden over hun ontmoeting:

Here a short young man accosted me, and asked me if I did not remember him, saying at the same time that he was “Alf.” I fancied I knew his face, but thought it was at the Peake that I had seen him, but he said, “Oh no, don’t you remember Alf with Bagot’s sheep at the north-west bend of the Murray? my name’s Alf Gibson, and I want to go out with you.” I said, “Well, can you shoe? can you ride? can you starve? can you go without water? and how would you like to be speared by the blacks outside?” He said he could do everything I had mentioned, and he wasn’t afraid of the blacks. He was not a man I would have picked out of a mob, but men were scarce, and as he seemed so anxious to come, and as I wanted somebody, I agreed to take him. We got all our horses shod, and two extra sets of shoes fitted for each, marked, and packed away. I had a little black-and-tan terrier dog called Cocky, and Gibson had a little pup of the same breed, which he was so anxious to take that at last I permitted him to do so.
Australia Twice Traversed, Ernest Giles (1889)

De expeditie bestond uit 4 deelnemers: Ernest Giles, William Henry Tietkins, Alfred Gibson en James Andrews, met 24 paarden en 2 honden. Het vertrek was gepland op vrijdag 1 augustus 1873, maar hevige regenval strooide roet in het eten. Uiteindelijk verliet het gezelschap Adelaide op maandag 4 augustus 1873.

De hele expeditie is te lang en uitgebreid om volledig te beschrijven, maar ik raad u zeker aan het boek van Giles te lezen. We vinden er wel enkele anekdotes die ons een beter beeld geven van wat voor een man Alfred was.

Gibson had Kerstmis op voorhand voorbereid. Hij had een kerstpudding gemaakt, die nu [23 december 1873] klaar was om gegeten te worden. We aten de pudding als avondmaal, en bedankten Gibson uitvoerig voor zijn kookkunsten. Hij had ook enkele van de veelvuldig voorkomende rotskangoeroes geschoten. Ze zijn heerlijk om te eten, zeker gefrituurd. De smaak heeft iets weg van schaap.

Gibson en Jimmy kwamen niet bijzonder goed overeen. Jimmy had altijd wel iets om over te klagen wanneer te terugkwamen van een verkenningstocht. Jimmy was een propere jongeman, maar Gibson waste zich nooit. Toen Jimmy hierover een opmerking maakte, zei Gibson tegen mij: “Ik begrijp niet waarom jij, Tietkens en Jimmy je altijd wassen”.  “Voor de gezondheid en hygiëne natuurlijk”, antwoordde ik. “Oh”, zei hij, “als ik zou baden zoals jullie, zou het mij jeuk geven.”.

We aten enkele repen gerookt rundsvlees, waardoor de mieren naar het kamp kwamen. We zetten daarom onze tafel in het water zodat de mieren niet bij het vlees konden. Eén van de repen had een vreemde geur, en Gibson zei: “deze is slecht, zal ik het weggooien?”. “Weggooien?”, zei ik, “je moet wel gek zijn om voedsel weg te gooien in een omgeving als deze!”. “Waarom?”, vroeg hij, “niemand zal het eten”.”Jawel,” zei ik, “ik zal het met smaak opeten”, waarna hij me aankeek en zei “Oh, jij bent zo een van die mensen?”. Ik was geërgerd door zijn ongelooflijke domheid, en zei: “Een van die mensen? Over wie heb je het? Wie zijn die mensen, zou ik wel eens willen weten? Wanneer we dit stuk vlees koken met een brok kool in de pot, zal het er lekkerder dan ooit uit komen”. Hij antwoordde slechts met een verwarde uitdrukking op zijn gezicht, maar at later zijn portie van het vlees even gretig op als de anderen.

Op 20 april 1874, vertrokken Gibson en Giles op een verkenningstocht naar het Westen, in de hoop water te vinden. Ze hadden gepland 100 mijl te reizen, vooraleer terug te keren. Twee dagen later, merkten ze een lek in de waterzakken. Om geen tijd te verliezen met een terugkeer, besloot Giles om twee van de vier paarden op hun eentje te laten terugkeren naar hun vertrekpunt. Een dag later, 23 april 1874, en 90 mijl ver in hun tocht, hadden ze nog steeds geen water gevonden. De situatie werd onhoudbaar, en Giles besliste rechtsomkeer te maken. Nog geen mijl verder, bezweek Gibson’s paard. Giles gaf Gibson zijn eigen paard, en droeg hem op eerst de noodvoorraad water die ze hadden achtergelaten 30 mijl terug op te zoeken, het paard en zichzelf te hydrateren, en vervolgens hulp te gaan zoeken bij de achtergebleven expeditieleden.

Giles en Gibson zeggen vaarwel
The Last Ever Seen of Gibson – illustratie uit Australia Twice Traversed, Ernest Giles (1886)

Gibson vertrok met het paard, en Giles volgde hem te voet. Aangekomen bij het waterpunt, zag hij dat Gibson het bereikt had, en zich tegoed had gedaan aan het water. Giles vervolgde zijn weg terug, en zag zo’n 15 mijl verderop dat de paarden die ze eerder bevrijd hadden, het hoofdspoor terug naar de beschaving verlaten hadden. In plaats van de sporen oostwaards te volgen, bogen ze af naar het zuid-oosten. Jammer genoeg, leek ook Alfred Gibson van het pad afgeweken te zijn.

Negen dagen nadat Gibson hem verlaten had, kwam Giles toe bij de achtergebleven expeditieleden. Onze Alfred had hen nooit bereikt, en werd nooit meer teruggezien. In zijn herinnering, werd het stuk van de woestijn waarin hij verdween en hoogstwaarschijnlijk stierf, de “Gibson desert” genoemd.

2 thoughts on “De familie Gibson – een reis rond de wereld

  • 17 jun 2019 at 17:57
    Permalink

    Het moet je veel werk en tijd gekost hebben om dit op te zoeken. Proficiat

    Reply
    • 18 jun 2019 at 10:40
      Permalink

      Bedankt! Het was een hele zoektocht inderdaad…

      Reply

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.