De Rozendans

Wanneer op 20 november 1767 een vondelingenmeisje gedoopt werd in de St Katelijnekerk te Brussel, kreeg ze van de pastoor de naam Clara Roosendans mee.

doop Clara Roosendans
20 novembris 1767 baptisata est sub conditione Clara Roosendans inventitia: suscepit Magdalena Catalan
– Op 20 november 1767 is gedoopt onder voorbehoud Clara Roosendans, vondelinge: getuige was Magdalena Catalan

Het is zeer waarschijnlijk dat de naam verwees naar de Rozendans, een populair liedje uit die tijd. Het is niet ongewoon dat vondelingen naar dagdagelijkse zaken werden vernoemd. De naamgeving moest namelijk uniek zijn, zodat geen banden met een bestaande familie zouden gesuggereerd worden. Vaak lieten priesters of gemeenteambtenaren zich inspireren door de omgeving of de omstandigheden van de vondst. Zo zien we kinderen met de naam Storms (gevonden tijdens een storm), Appels (gevonden in de Appelstraat) of Verschueren (gevonden in, jawel, een schuur). Hier werd redelijk ver in gegaan. Toen Séraphine op 26 december 1803 gevonden werd, kreeg ze de familienaam Andouze mee. Deze op het eerste zicht nietszeggende naam is nochtans een schoolvoorbeeld van vindingrijkeid van gemeenteambtenaren. Op dat moment was namelijk de Napoleontische kalender in voege. De datum waarop ze gevonden werd, was 4 nivôse XII. L’an douze… Hebt u hem?

Maar we dwalen af… Rozendans dus. De rozendans was een oud vruchtbaarheidsritueel. Het was een reidans (waarbij de deelnemers in een kring dansen, al dan niet de handen vasthoudend), die meestal in de maand mei werd gedanst, bij de ondergaande zon. Net als bij de meiboom, werd de rozendans uitgevoerd onder een krans van bloemen en linten.

Waarom dan het kind noemen naar een lentedans? Het was toch november? Wel, het kind was naar schatting 6 maanden oud, zoals beschreven staat in het vondelingendossier. Dit wil zeggen dat ze omstreeks mei 1767 geboren is. Een echt lentekindje.

De bekendste rozendans vinden we terug in het Nieuwe Haarlemse Nagtegaeltje van omstreeks 1625. Dezelfde tekst, hieronder in modern Nederlands getranscribeerd, zou nog vele malen herdrukt worden.

Nu wil ik er eens ommegaan, rozen aan mijn hoedeken.
Eens zien of ik ze vinden kan, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.

Ik zei schoon lief geef mij de hand, rozen aan mijn hoedeken.
En treedt met mij aan dezen dans, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.

Ik zei schoon lief we moeten knielen, rozen aan mijn hoedeken.
Ik hoop het zal ons wel gelieven, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.

Ik zei schoon lief wij moeten kussen, rozen aan mijn hoedeken.
Ik hoop het zal ons wel gelukken, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.

Ik zei schoon lief gij dient mij niet, rozen aan mijn hoedeken.
Al ben je wat zwart gij smet mij niet, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.

Ik zei schoon lief wij moeten scheiden, rozen aan mijn hoedeken.
Ik hoop het zal ons wel geleiden, rozen rozen bloemen aan mijn hoed.
Hadden we geld dan hadden we goed, rozen aan mijn hoedeken.

De oorspronkelijke melodie is onbekend, maar Max Prick van Wely reconstrueerde een mogelijke versie aan de hand van een Rosentanz uit de omgeving van Bonn (Duitsland). Deze werd enkele jaren geleden opgenomen door de Vlaamse folkgroep Tjane.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.