Sichin – de origines

De naam Sichin komt in verschillende vormen voor. De vroegste vorm in onze streken komen we tegen in Wichelen, namelijk Zigin. De kinderen van deze stamvader, Michael Jeremiah Zigin, worden later echter Zichin, Sichin en Ziggu genoemd. Bij de kleinzoon van de jongste zoon, Joannes Baptista, vinden we voor het eerst de vorm Sichien. Deze Theodoor Sichien zou de stamvader worden van alle dragers van de naam Sichien, voornamelijk in de streek rond Berlare.
De kinderen van de tweede zoon van onze stamvader, Emmanuel, worden vermeld als Sigin. Via de kinderen van diens kleinzoon Benedictus, worden de namen tot op vandaag voortgezet. Enerzijds hebben we zijn oudste zoon, Petrus Joannes, die zijn kinderen als Sichin laat registreren. Anderzijds gebruikt zijn tweede zoon, Andreas, de naam Sigin.

[tabby title=”Sichin”]


bron: Belgisch bevolkingsregister 2008, verzameld op familienaam.be
[tabby title=”Sichien”]

bron: Belgisch bevolkingsregister 2008, verzameld op familienaam.be
[tabby title=”Sigin”]

bron: Belgisch bevolkingsregister 2008, verzameld op familienaam.be
[tabbyending]

Sichi(e)n, Sigin: Adaptaties van Patr. Sicking, afl. van Sicke, Sicco, bakervorm van Germ. sigi-naam. VN Sikke (GR, FL). Sibertus = Sicco; Sifridus = Sicco (STARK). 1721 Michael Jeremiah Zigin, Saksen-Wichelen = 1749 Michael Zigin, Wichelen (stamvader van Sigin, Sichi(e)n). – Lit.: F. DEBRABANDERE, Defamàiewam Sigin of Sichi(e)n. Vlaamse Stam 1994, 329-330.

Frans Debrabandere, Verklarend woordenboek van de familienamen in België en Noord-Frankrijk (1993), grondig herziene uitgave (2003).

De eerste vermelding

De stamvader van de familie Sichin was, zoals de naam reeds doet vermoeden, geen Vlaming of Brabander. We komen de naam voor het eerst tegen in februari 1749 in de parochieregisters van Wichelen, waar een zekere Michael Jeremiah Zigin zijn (onwettige) zoon laat dopen. De tekst luidt:

doop Petrus Joannes Zigin 1749

“Bapt[isat]us est Petrus Joannes fil[ius] illegitimus
Michaelis
 Zigin corporael et holaen nigrae
cohortis comitis 
Saxoniae, et Judocae van Gijse-
gem, suscept[ores] Petrus van Gijsegem et Catharina
vande Keer. Postea contraxerunt matrimonium”

(Gedoopt is Petrus Joannes, onwettige zoon
van Michael Zigin, korporaal en ulaan van het zwarte
cohort van de Graaf van Saksen, en Judoca van Gijse-
gem, getuigen zijn Petrus van Gijsegem en Catharina
vande Keer. Het huwelijk werd later voltrokken.)

De term “onwettig” slaat op het feit dat de ouders van Petrus Joannes op het moment van de doop niet gehuwd waren. Niet lang na de geboorte van hun eerste kind, op 28 juni 1749, traden ze echter toch in het huwelijk. Het koppel zou in totaal vijf kinderen krijgen:

  • Petrus Joannes (1749)
  • Emmanuel (1750)
  • Joanna Petronella (1752)
  • Petrus (1754)
  • Joannes Baptist (1759)

In 1769 stierven zowel Michael Jeremiah als zijn vrouw Judoca, waarschijnlijk aan de tyfus-epidemie die op dat moment onze streken teisterde.

De Ulanen in het Franse leger

Zoals we hierboven zagen, was Michael Jeremiah een soldaat in het leger van een Saksische bevelhebber. Een snelle zoek naar de naam Sigin/Zigin toont inderdaad aan dat er een hoge concentratie te vinden is in onder andere de streek rond Lörrach (Zwarte Woud), de Elzas en enkele dorpjes in het oostelijk deel van Frankrijk. Ook de evangelische naam Jeremiah bevestigt de Duitse afkomst van de Zigins.

Maar hoe kwam hij nu in onze streken terecht? Na het Verdrag van Utrecht in 1713 werden onze streken onder Oostenrijks bewind geplaatst. Na de dood van Karel VI werd zijn troon overgedragen aan zijn dochter Maria Theresia. Zij werd door enkele landen (Pruisen, Frankrijk, Beieren, Spanje, Napels) echter niet aanvaard als troonopvolgster. Deze onenigheid mondde uit in een ware Successie-Oorlog, waarbij Oostenrijk de steun kreeg van Groot-Brittannië, Rusland en Saksen (Hannover).

In de periode 1744-1748 werd ons land een belangrijk slagveld in dit conflict. Onze streken werden onder de voet gelopen door het Franse leger onder leiding van Maurits van Saksen. Deze Maurits was een halfbroer van de Saksische vorst Friedrich August II, maar had de zijde van de Fransen gekozen. Al vanaf het begin van de oorlog in 1744 werd van onze streekgenoten gevraagd middelen in te zetten voor het Oostenrijkse leger. Paarden, karren, wapens, hout en andere oorlogsmiddelen moesten, al dan niet tegen een kleine betaling, naar de Oostenrijkse legerplaatsen gebracht worden. Dit gebeurde voornamelijk in de streek rond Dendermonde, maar later ook in Aalst, Ename, en zelfs Gent.

Tegen 1747 werden niet alleen materiële zaken opgeëist, maar ook militiekrachten. Het Land van Dendermonde werd gedwongen om 93 mannen te leveren. Zij moesten groter zijn dan 1m58, tussen de 18 en 40 jaar oud, ongehuwd, en een fitte lichaamsbouw hebben. Voor hun diensten kregen ze een jaarloon van £12 (ter vergelijking: een paard kostte in die tijd £12, een varken £2). Eén van deze soldaten, Jacobus Buyle, is de vader van Anna Judoca, die in 1778 zou huwen met de reeds vermeldde jongste zoon, Joannes Baptista.

In de loop van 1748 werd het Verdrag van Aken afgesloten, waardoor Karel van Lotharingen gouverneur van de Nederlanden werd. De volgende jaren bleef het oorlogsgewoel kalm, en herstelde het dagelijks leven in het Land van Dendermonde zich langzaam maar zeker. Begin 1749 verliet het Franse leger het grondgebied.

We zagen eerder dat Michael Jeremiah Zigin een Ulaan was. De Ulanen waren een elitekorps van bereden lansiers. Hun oorsprong is te zoeken bij de Tataren (Polen/Turkije), en in het Russische en Hongaarse leger. De naam is waarschijnlijk afgeleid van het Turkse woord oğlan, hetgeen ‘jonge man’ betekent. In 1730 richtte ook de keurvorst van Saksen zijn regiment ulanen op. Elk eskadron droeg zijn eigen kleuren, zo was er ook een eskadron Zwarte Ulanen. Maar waren er ook ulanen in Wichelen?

Ulaan van de Volontaires de Saxe omstreeks 1745 – ets door Philibert-Benoît Delarue (collectie: Bibliothèque nationale de France)

De maarschalk van het Franse leger, Maurits van Saksen, was een buitenechtelijke zoon van August II, keurvorst van Saksen en later koning van Polen, die zich op militair vlak had onderscheiden in onder andere de Poolse successieoorlog, en als beloning bevelhebber van het Franse leger werd gemaakt. In 1743 richtte hij een regiment Ulanen op, de zogenaamde “volontaires de Saxe”. De 960 ruiters waren onderverdeeld in zes gemengde brigades met elk 80 ulanen en 80 dragonders. De uniformen van deze volontaires de Saxe waren geïnspireerd door de Tartaarse oorsprong van de eenheid. Een lange groene trui en groene broek, Hongaarse laarzen, een messing helm met witte tulband doorkruist met roodbruine Russische leren bandjes. Hun wapens waren een lans van bijna 3m lang, een sabel en een riempistool. Op de lans was een wimpel in de kleur van hun eenheid bevestigd.

Dat Michael Jeremiah bij het Franse leger was ingelijfd, en niet het Saksische, wordt bevestigd door een uittreksel uit de registers van het Franse leger, thans bewaard door de Service historique de la Défense, Département des publics et de la valorisation du Château de Vincennes.

Volgens dit uittreksel, de inlijving van onze Zigin, was hij 1m65 groot, en had hij kastanjebruin haar, een lang gezicht en bruine ogen. Hij werd met 8 anderen ingelijfd bij de Compagnie de Mirbach Ulans. Ze hadden allen Duits klinkende namen, en waren afkomstig uit het Oosten van Frankrijk, tegen de Duitse grens. Het wapen van Mirbach, een zilveren gewei op een zwarte ondergrond, ligt waarschijnlijk aan de basis van de zwarte kleur van het nigra cohors.
Michael Zigin was onderbrigadier, en een van de jongste mannen in de lijst. Zijn ontslag uit het leger op 1 juni 1749 stemt volledig overeen met zijn huwelijk op 28 juni van datzelfde jaar. Een soldaat mocht namelijk niet gehuwd zijn, en na zijn ontslag moesten 3 zondagen verlopen voor de traditionele afroeping.

Volgens hetzelfde document, zou Michael Jeremiah Zigin in Bierbach in de Elzas geboren zijn omstreeks 1719/1720. Dit past perfect in het profiel: het omstreden grensgebied tussen Duitsland en Frankrijk was nog steeds de thuishaven van een belangrijke gemeenschap van Duitstalige protestanten. De naam Jeremiah is hier een duidelijke link mee. Het is tot op heden onbekend waar Bierbach ligt. De meest aannemelijke kandidaten, zijn het stadje Burbach, ongeveer halfweg tussen Saarbrücken en Straatsburg, en het stadje Bierbach, niet ver van Zweibrücken (het huidige gebied Saarland was in de 18de eeuw deel van de Elzas).

Michael Jeremiah Zigin in Wichelen

De eerste vermelding van Zigin in Wichelen, is bij de doop van zijn oudste zoon op 10 februari 1749. Dit kind moet dus omstreeks mei/juni 1748 verwekt zijn.

In april 1748, verlieten 4 van de 6 eskadrons Ulanen de Dijlestreek richting Sint-Truiden, als voorbereiding op de Slag van Maastricht op 7 mei. Op 20 mei verlieten de troepen Maastricht en verspreidden ze zich over het Belgische grondgebied. Tegen juli 1748 waren alle regimenten terug op hun thuiskazerne. Voor de Ulanen was dit in 1746 te Gent. Het is echter niet zeker dat dit ook in 1748 het geval was. Reeds in 1745 werd Dendermonde door de Fransen veroverd op de Oostenrijkers. Zou het kunnen dat een deel van het leger in en rond Dendermonde gestationeerd was?

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.